|
De
mol
of: Codenaam Camus
Verleden maand werd de linkse Duitse filmer Manfred Schlickenrieder
na twintig jaar ontmaskerd als spion van inlichtingendiensten. Ook
in Nederland was hij actief, bijvoorbeeld om acties tegen Shell in
de gaten te houden. Dat onderzoek werd betaald door de Londense firma
Hackluyt, een consortium van voormalige agenten van MI6.
Door
Eveline Lubbers
Een rare snijboon, dacht lrene Bloemink toen ze in mei 1996 Manfred
Schlickenrieder op bezoek kreeg. Zij werkte toen bij de buitenland-afdeling
van Milieudefensie en had goede kontakten in Nigeria. Hij wilde van
alles weten over de lopende akties tegen Shell, vanwege milieuvervuiling
en mensenrechtenkwesties. 'Veel heb ik hem niet verteld', zegt Irene
Bloemink nu. 'Ik kreeg zoveel journalisten over de vloer die hun informatie
via mij kregen, ook Duitse en Engelse. Schlickenrieder vroeg niet
echt door, dus kreeg hij niet veel te horen.'
Schlickenrieder reisde door Europa, filmde protestakties en maakte
aantekeningen bij vergaderingen. Hij interviewde vrienden van Ken
Saro-Wiwa, de vermoorde Nigeriaanse anti-Shell-activist, en kopstukken
van de beweging. Het resultaat, de video "Business as Usual,
de arrogantie van de macht", blijkt achteraf slechts een bijprodukt.
Alles wat Schlickenrieder te weten kwam, werkte hij tot in detail
uit voor het 'business intelligence'-bureau Hackluyt in London. Die
stuurden de vertrouwelijke dossiers vol informatie door naar hun opdrachtgevers:
multinationale ondernemingen.
De Zwitserse aktiegroep Aufbau publiceerde onlangs een grote hoeveelheid
buitgemaakte documenten op Internet die Slickenrieder ontmaskeren
als volleerd spion. Hij blijkt al sinds het begin van de jaren tachtig
alles wat zich links en revolutionair noemde te bespioneren, in coordinatie
met inlichtingendiensten uit Duitsland en Italie. Schlickenrieder
werkte lang nauw samen met Aufbau, maar werd de laatste tijd niet
meer vertrouwd. Intensieve naspeuringen toonden aan dat zijn video-
en documentatiecentrum, Gruppe 2 genaamd, fungeerde als front voor
een inlichtingennetwerk. Onder de schuilnaam 'Camus' schreef Schlickenrieder
verslagen en analyses, en legde namenlijsten en fotobestanden aan.
Alleen al het materiaal dat de Zwitsers wisten te verzamelen omvat
gegevens over honderden linkse mensen, met opmerkingen over hun contacten
en hun activiteiten, deels ondersteund met fotomateriaal. Er zitten
echter ook documenten tussen die duidelijk van ambtelijke diensten
afkomstig zijn. Een overzichtsrapport van de Italiaanse geheime dienst
SISDE bijvoorbeeld over de Rode Brigade. Lijsten van de post- en bezoekscontrole
van enkele RAF-gevangenen uit de jaren negentig nog, en een samenvatting
van telefoon- en observatieverslagen over vermeende leden van het
Franse Action Direct, gemaakt door de Bundes Verfassungsschutz.
'Gruppe 2 ging voor zeer betrouwbaar door', zegt Pieter Bakker Schut
-destijds advocaat voor gevangenen van de RAF. Familie en bekenden
van politieke gevangenen waren dan ook gaarne bereid zich te laten
interviewen voor de film 'Was aber wären wir für Menschen?',
een project van Schlickenrieder. Bakker Schut vindt het 'verbijsterend'
dat Schlickenrieder nu is ontmaskerd als geheim agent.
De Zwitserse ontmaskeraars van Schlickenrieder houden momenteel informatiebijeenkomsten
in Zwitserland en Duitsland -en binnenkort ook in Amsterdam- om hun
onthulling toe te lichten. Op een avond in Heidelberg vertelt Aufbau's
Andi Stauffacher hoe zijn organisatie een paar maanden geleden stukken
toegespeeld kreeg, waaruit bleek dat hun kameraad in München
een dubbelrol speelde. Stauffacher: 'Wij hadden al zo onze bedenkingen,
omdat hij altijd afstand hield. Na die eerste documenten hebben we
een onderzoeksgroepje opgericht om zoveel mogelijk informatie over
zijn spionage-aktiviteiten te verzamelen.' Schlickenrieder werd bij
zijn bezoeken aan Zwitserland in de gaten gehouden, en de bewijzen
stapelden zich op.
Hoe Aufbau in het bezit kwam van de grote hoeveelheid materiaal, laat
Stauffacher in het midden; duidelijk is wel dat niet eerder een ontmaskering
werd onderbouwd met zoveel bewijs op papier.
Als volgende stap in het onderzoek wilde Aufbau Schlickenrieder bij
een bezoek aan Zwitserland confronteren met de uitkomsten van hun
onderzoek. Dat had mogelijk de arrestatie van Schlickenrieder tot
gevolg gehad, want in Zwitserland is het werk van buitenlandse inlichtingendiensten
ten strengste verboden. (Twee Mossad agenten die zich maanden geleden
bij hun werk lieten betrappen, zitten nu nog steeds vast). Schlickenrieder
meldde zich dan ook niet meer in Zwitserland.
Met zijn leren jas en schouderlange haren oogde de 54-jarige Schlickengrieder
als een residu van het activisme van de jaren zestig. Begin jaren
tachtig richtte hij in München Gruppe 2 op als 'archief voor
de linkse beweging'. Italië was vanaf het begin zwaartepunt.
Gruppe 2 verkocht o.a. cassettes met liederen uit de Italiaanse arbeidersbeweging.
Later gaf het bedrijf ook een tijdschrift uit, 'texte' genaamd, dat
bijvoorbeeld dokumenten van de Amerikaanse gevangenenbeweging vertaalde,
of discussies van de Rode Brigades publiceerde.
Zonder zelf politiek aktief te zijn kon Schlickenrieder zich vrij
bewegen in anti-imperialistische en communistische kringen in West
Europa. Hij maakte een film over de Rode Brigades en interviewde daarvoor
overal in Italie voormalige gevangenen. Die film kwam nooit af. Voor
de Zwitsers produceerde hij een film over de Engelse havenstakingen.
Begin jaren negentig, toen de RAF een voorlopig einde aan de gewapende
strijd had afgekondigd, deed Gruppe 2 mee aan de zg. 'Brochuregroep'
in Berlijn. Onder de titel 'Bewaffneter Kampf und Triple Oppression'
werd een congres gehouden en aansluitend gedocumenteerd. Daarna volgde
de film over de RAF.
Al deze bezigheden werden door Schlickenrieder zelf nauwkeurig in
notulen en verslagen uitgewerkt. Bij hem thuis ontdekten de Zwitsers
ook een vrij volledig elektronisch foto-archief over mensen die aktief
zijn bij Aufbau. Uit allerlei opnames die hij in Zwitserland had gemaakt,
waren digitale portretten vervaardigd. In het bestand zat van iedereen
twee foto's (vooraanzicht, zijaanzicht) plus personalia, aangevuld
bijzondere kenmerken en gegevens over aktiteiten voor de groep en
contacten in het buitenland.
Uit de manier waarop alles was gearchiveerd, is op te maken dat het
hier slechts een klein deel van het totale archief betreft. Het ligt
voor de hand dat filmmateriaal over bijeenkomsten van voormalige RAF-gevangenen
op vergelijkbare manier werd uitgebeend.
Schlickenrieder kon bijna twintig jaar functioneren zonder dat iemand
hem verdacht. Hij was een einzelgänger, en gold als intelligente
gesprekspartner. Hij hoorde niemand direct uit, maar verkreeg zijn
inlichtingen door het combineren van brokstukjes informatie die hem
ter ore kwamen. Desondanks had hij weinig scrupules bij het verzamelen
van informatie als het zo uitkwam. In een rapport uit 1994 schrijft
Schlickenrieder hoe hij iemand wapens probeert aan te bieden. Hij
kon een beperkt aantal vuistwapens leveren, voor 1200 DM per stuk.
'De leveranciers stonden er wel op te weten waar de wapens heen zouden
gaan (politiek/persoonlijk)'. Degene die de wapens aangeboden krijgt
is een kaderlid van Dev Sol (nu DHKP-C), de Turkse radikale splinterbeweging
die op dat moment verwikkeld was in een zeer heftige interne machtstrijd
waarbij gewonden en doden vielen, met name in Duitsland.
De grote vraag is wie de opdrachtgevers zijn geweest voor deze activiteiten.
Daarover zijn tot nu toe slechts vermoedens. De gebruikte afkortingen
en specifieke kenmerken van de authenieke documenten moeten nog verder
worden onderzocht. Schlickenrieder had in ieder geval toegang tot
geheime stukken van Duitse en Italiaanse diensten. Verder zijn alle
rapporten die met zijn eigen naam, danwel met zijn schuilnaam 'Camus'
zijn ondertekend in het Duits geschreven. En dat wijst op een Duitse
opdrachtgever.
De enige Nederlandse connectie van Schlickenrieder die tot dusver
uit het onderzoek naar voren is gekomen, blijkt niemand minder dan
Lex Hester, de man die zelf tien jaar geleden werd ontmaskerd als
een BVD- annex PID- annex CRI-infiltrant in het Amsterdamse aktiewezen.
Hester had onder meer de aandacht op zich gevestigd door in de anarchistische
boekenwinkel Fort van Sjakoo springstof aan te bieden aan nietsvermoedende
medewerkers.
Hester belandde uiteindelijk in de gevangenis, zij het op grond van
een veroordeling wegens drugshandel. Opmerkelijk genoeg maakte Schlickenrieder
een pamflet om zijn Duitse kameraden op de hoogte te stellen van Hesters
ontmaskering. Aan het Fort van Sjakoo schreef hij in een brief dat
hij altijd al had geweten dat er iets niet klopte met zijn Nederlandse
collega..
Uit
het onderzoek van Aufbau in Zwitserland blijkt dat een van de 'ondergrondse
leden' van gruppe 2 en 'beste vriend' van Manfred Schlickenrieder
de MAD officier Karsten Banse is. Deze man was verwikkeld in de Maus-affaire
en werd daarin ook veroordeeld. Ter herinnering: Werner Mauss leidde
in de zeventiger en tachtiger jaren een soort anti-terreur-afdeling
die door het bedrijfsleven werd gefinancierd en door diverse Duitse
inlichtingendiensten werd aangestuurd. Maus deed het werk deed waar
anderen hun vingers niet aan wilden branden. Hij jaagde vier jaar
lang op ondergedoken RAF-leden, de arrestatie van Rolf Pohle in 1976
in Athene rekent Mauss tot zijn successen. Zijn naam duikt ook steeds
weer op in de affaire van het 'Celler Loch', de aanslag op een gevangenis
waar RAF-leden zaten die op het konto van de Duitse Verfassungsschutz
geschreven kan worden. In 1996 werd Mauss door de Duitse regering
ingehuurd om de ontvoering van zakenmensen in Colombia op te lossen.
Hij eindigde daar in de gevangenis.
Bij al deze zaken ging het om zeer veel geld, wat dientengevolge leidde
tot corruptie bij ambtenaren die met Mauss samenwerkten. In een aantal
zaken die niet meer onder het tapijt te vegen waren, werd vervolging
ingesteld. Zo ook tegen Karsten Banse. Dat de MAD-officier ondanks
zijn veroordeling toch nog zaken deed, bewijst zijn verbinding met
Gruppe 2. Karsten Banse was ook degene die voor Manfred Schlickenrieder
het contact legde met Hakluyt in Londen.
Hoe bij Gruppe 2 de films en vertalingen werden gefinancierd was door
de jaren heen een terugkerende vraag in de linkse scene. Vooral omdat
Schlickenrieder een voorkeur had voor dure auto's, sportwagens van
het type Alpha Romeo of BMW moesten het zijn. Van de verkoop van brochures
of verhuur van video's kon dat niet betaald worden. (Berekeningen
van Aufbau leren dat hij de laatste tijd 10.000 DM per maand nodig
had om van te leven).
Hiervoor is in de buitgemaakte stukken wel een verklaring te vinden.
Er zitten afrekeningen bij uit verschillende jaren, waarop alle onkosten
gedeclareerd worden. Reiskosten, telefoonkosten inclusief die van
de GSM, de aanstelling van een administratieve kracht, en zelfs reparaties
aan de auto tot het vervangen van de banden, worden voor vijfenzeventig
procent vergoed. De onkosten zijn op de afrekeningen minitieus verantwoord,
maar degene die de faktuur betalen moet staat niet vermeld.
Uitzondering daarop is de rekening die Schlickenrieder indient bij
Hakluyt. 20.000 Mark 'op de gebruikelijke wijze over te maken'. De
som werd Schlickenrieder in 1997 betaald voor zijn onderzoek naar
anti-Shell akties, mensenrechten- en milieugroepen. Greenpeace had
in het voorjaar van 1995 op spektakulaire wijze het afzinken van het
Shell booreiland de Brent Spar verhinderd. In november van dat jaar
werd Ken Saro-Wiwa in Nigeria geëxecuteerd. Steeds meer partijen
vonden dat de oliegigant medeverantwoordelijk was voor de dood van
Saro Wiwa en acht andere Nigeriaanse aktivisten. In Duitsland kelderde
de omzet van Shell met 80 procent. Andere oliemaatschappijen waren
als de dood dat zij het volgende slachtoffer van een campagne zouden
worden.
Zo kreeg Hakluyt opdracht om Greenpeace in de gaten te houden. Hackluyt
werd in 1995 opgericht en pronkt met de namen van voormalige topmensen
van Shell en BP in de raad van toezicht. 'The idea was to do for industry
what we had done for the government', zei oprichter en ex M16-agent
Christopher James vorig jaar tegen de Financial Times. Voor de Greenpeace-klus
werd Manfred Schlickenrieder ingehuurd.
In 1997 stuurde Schlickenrieder meerdere rapportages naar Hackluyt
over 'de stemming bij de groene krijgers'. Onderwerp was de Greenpeace
Campagne 'Atlantic Frontier', met als doel oliegigant BP te dwingen
af te zien van nieuwe olieboringen op de Atlantische oceaan. 'Het
was een campagne waar buitengewoon voorvarend en slim op werd gereageerd
door BP', herinnert Greenpeace woordvoerder Stefan Krug zich. 'Achteraf
bezien waren de oliemaatschappijen in die tijd wel erg snel op de
hoogte van de plannen van Greenpeace.'
In mei 1997 weet Hakluyt beslag te leggen op gloednieuw exemplaar
van Putting the Lid on Fossil Fuels, een Greenpeace-rapport dat de
opmaat tot de BP-campagne had moeten worden. 'Ik kan je (nog) geen
kopie sturen want ik heb er zelf geen meer', schrijft directeur Mike
Reynolds van Hakluyt per email aan Schlickenrieder. Hij heeft zijn
eigen exemplaar 'nog nat van de drukkerij' onmiddellijk doorgestuurd
naar de opdrachtgever.
Reynolds weet zich Manfred Schlickenrieder in eerste instantie niet
te herinneren als hij verleden maand wordt bnaderd door mensen van
Aufbau. Nadat hem enige documenten zijn toegefaxt -zijn eigen email
gericht aan 'Lieber Manfred' en een nota uit 1997 - is zijn geheugen
weer enigszins opgefrist.
Schlickenrieder heeft maar korte tijd voor ons gewerkt, een periode
in 1996-1997, zegt Reynolds. Wie de opdrachtgever was, wil hij niet
zeggen. Shell was het zeker niet, en over BP doet hij geen uitspraken.
Reynolds wil alleen bevestigen dat het een bedrijf betrof, dat in
'controversiële' landen investeert en weten wil wat hen te wachten
staat. En dan heeft hij eigenlijk al teveel gezegd, want de privacy
van klanten is heilig bij Hakluyt en bovendien staat met deze onthulling
de reputatie van het bedrijf op het spel. De gedragscode van Hakluyt
omvat een absoluut verbod op illegale praktijken en op dirty tricks,
benadrukte mededirecteur Cristopher James vorig jaar in een van de
zeldzame interviews over het bedrijf in the Financial Times. Het werk
van Schlickenrieder speelde zich wat dat betreft af in een schemergebied.
Het onderzoek naar Greenpeace was niet het enige, en zeker niet het
laatste dat Schlickenrieder voor de Engelsen deed. In 1996 begon hij
met het in kaart brengen van verzet tegen Rio Tinto, de grootste grondstoffen
en mijnbouwexploitant van de wereld (geschatte jaaromzet 4 miljard
dollar). Dat blijkt uit een brief die Irene Bloemink van Milieudefensie
in 1997 kreeg, een jaar nadat hij haar had bezocht voor de Shell-zaak.
Schlickenrieder bleek onder andere bijzonder geïnteresseerd in
de situatie in Irian Jaya, waar Rio Tinto werd geconfronteerd met
heftig verzet van de lokale bevolking tegen de exploitatie van de
Freeport koper- en goudmijn vanwege milieuvervuiling en mensenrechtenschendingen.
Het Rio Tinto-project liep zeker door tot in het voorjaar van 1999,
getuige de maandelijkse afrekeningen die Schlickenrieder naar Hakluyt
stuurde.
De mensen van Aufbau ontdekten dat Schlickenrieder de afgelopen jaren
bovendien nog verschillende gevallen van economische spionage, belastingvlucht
en vijandige overname onderzocht voor de Britten. De betalingen van
Hakluyt aan Schlickenrieder gingen door tot aan zijn ontmaskering.
Het afgelopen jaar werd vanuit London tot drie keer toe 9000 DM overgemaakt
naar München.
Irene Bloemink had in haar tijd bij Milieudefensie wel eens het vermoeden
dat mensen onder valse voorwendselen om informatie kwamen. Ze is blij
dat er in deze zaak duidelijke bewijzen op tafel liggen. 'Het bedrijfsleven
organiseert zich internationaal op allerlei manieren om zich te weren
tegen critici. Het wordt tijd dat de milieubeweging zich realiseert
wat voor invloed dat kan hebben op hun campagnes.'
(Zie ook http://www.aufbau.org)
|